Naar startpagina | Aanmelden of Inloggen | A- A+

 

Lezing – orthopedie – drs. Rosenberg

< terug

Lezing van Drs. W.W.J. Rosenberg, orthopedisch chirurg en medisch adviseur van de P-AL, tijdens de lotgenotencontactdag op 8 oktober 2011 in de Vondel in Maarssen.

Dokter Rosenberg stelt zich aan de aanwezigen voor als Wout Rosenberg, orthopedisch chirurg, met als specialisatie reumachirurgie in het Franciscusziekenhuis in Roosendaal in Noord-Brabant.

Hij wil ons wat vertellen over zijn beroep, over orthopedie en over de nieuwste ontwikkelingen hierin.
In de loop van zijn verhaal blijkt duidelijk dat hij zijn beroep met hart en ziel uitoefent.

Orthopedie, zo stelt hij is het behandelen van aandoeningen aan het steun- en bewegingsapparaat. De aandoeningen kunnen een gevolg zijn van een aangeboren aandoening zoals wel eens bij baby’s wordt geconstateerd. Het kan ook een verworven kwestie zijn, zoals hij dat stelt. Dus een aandoening die in de familie voorkomt. Of ontstekingsziekten. De aandoening kan zitten in de botten, gewrichten, de spieren en de pezen.

Als kenmerken heeft dokter Rosenberg genoteerd op de powerpoint presentatie:
• Van top tot teen
• Jong en oud
• Begin tot eind
• Voornamelijk gezonde mensen per 1 probleem
• Acute zorg: behandeling van fracturen
Daarmee geeft hij aan dat zijn beroep heel erg afwisselend is.

Hij laat de zaal ook antwoord geven op de volgende vragen:
Is artrose een ouderdomsziekte? Volmondig: nee
Slijtage? In de zaal klinkt een duidelijk: nee. Maar de dokter legt aan de hand van de volgende dia uit dat de officiële naam arthrosis deformans is en dat het kraakbeen een fysiologische veroudering ondergaat.
En dat er geen bewijs is dat zware belasting (door gewicht of zware arbeid) en hoge leeftijd altijd leidt tot arthrosis.

Hoe artrose ontstaat is nog onbekend, al worden er momenteel heel veel onderzoeken naar gedaan. En zal er hopelijk een tijd komen dat men de oorzaak weet en er, dat is veel belangrijker, misschien wat aan gedaan kan worden in een beginstadium.
Dokter Rosenberg denkt dat er ook zeker een genetisch component in zit en dat 70% van de gevallen een kwestie is van familiaire belasting. Het is ook duidelijk rasgebonden, want bij de Chinezen komt het weinig voor. Bij 15% van de patiënten met RA, komt ook artrose voor.
Onder de 45 jaar komt artrose meer bij mannen voor, boven de 45 jaar meer bij vrouwen.
En het begint al op jonge leeftijd:
Tussen de 18 en de 25 jaar al bij 4 % en in de leeftijd van 75 tot 79 jaar is dat al 85%.

De secundaire arthrosis kan een kwestie zijn van: een ongeval, een aangeboren afwijking, zoals heupdysplasie, wat bij baby’s voor komt, een infectie, of een onderliggende ziekte zoals diabetes, arthritis etc. Of zoals men vaak ziet, nadat eerder een meniscus in de knie is weggenomen.
In het verleden werden deze operaties vaak te snel uitgevoerd en was men er zich niet van bewust welke gevolgen het wegnemen van de meniscus tot gevolg had voor de gehele knie en de stabiliteit ervan.

-1-

De kenmerken van artrose worden opgesomd:
Het belangrijkste symptoom is pijn.
Bij belasting zeurend en slecht te lokaliseren.
Naarmate de artrose toeneemt is er vaak pijn in rust en ’s nachts.
De oorzaak van die pijn zit vaak in de gewrichtsranden. Door de osteofytvorming (de vervorming van het gewricht) die de druk op het gewricht verhogen.
De ochtendstijfheid en startpijn, die vaak verdwijnt naarmate men in beweging is.
Functieverlies door aantasting van het gewrichtskapsel
Afname van de loopafstand.
Vocht in het gewricht.
Drukpijn.

Op de volgende dia laat de dokter de conservatieve behandelingen zien:
• Adviezen. Hoe je heb beste kunt omgaan met de aandoening.
• Glucosamines/chondroitine sulfaat. Zonder recept verkrijgbaar, maar vrij duur en niet iedereen heeft er baat bij. Advies daarom: indien na 3 maanden geen resultaat, dan is het beter om te stoppen.
• NSAID’s (Brufen, Diclofenac) de reguliere pijnstillers
• Fysiotherapie
• Injectietherapie (Hyaluronzuur) (is ook een tijdelijke oplossing)

Daarna komen de operatieve behandeling aan bod:
• Spoelen en schoonmaken van het gewricht
• Transplantatie van bot
• Standverandering (voornamelijk van de benen)
• Prothese

Het voornaamste doel van een operatie: afname van de pijn, herstel van functie en verbetering van de mobiliteit. Kortom: kwaliteit van leven neemt toe,

Dokter Rosenberg neemt als voorbeeld een knieoperatie. Hij licht door middel van foto’s en dia’s toe wat er in de knie zoal mis kan gaan doordat het kraakbeen om wat voor reden dan ook minder wordt en soms ook geheel kan verdwijnen.
Vaak is het de binnenkant van de knie die als eerste de schade ondervindt, door b.v. een breuk van de knie, een meniscusoperatie, een infectie of gewoon zonder oorzaak. Doordat er artrose is het gewricht is.

De dokter laat een röntgenfoto zijn van een knie, waarvan de patiënt pijn heeft aan de binnenzijde van de knie. Duidelijk waarneembaar is de vermindering van kraakbeen.
De behandeling zou kunnen bestaan uit voorlichting. Als bijvoorbeeld de patiënt te zwaar zou zijn, kan vermindering van het gewicht ook een verlichting betekenen van de druk op die knie en dus ook van de pijn. Fysiotherapie is ook een optie. Pijnstillers uiteraard. En ook het aanleggen van een brace of het maken van een speciale steunzool, waardoor het been in een iets andere stand gaat staan en zo de binnenkant ook wordt ontzien.


-2-
Een operatieve behandeling kan zijn: een standscorrectie, een halve knieprothese of een totale knieprothese.
De standscorrectie wordt toegepast, als b.v. er sprake is van een o-been of een x-been.
Radiologie en/of MRI-scan moet daar uitsluitsel over geven.
Het grote voordeel van een dergelijke operatie is het behoud van de eigen knie.
Hij legt uit dat door middel van osteotomie ( = zagen in het bot) alleen bij standafwijking een goed resultaat kan worden verkregen. E.e. a. wordt duidelijk gemaakt door foto’s en afbeeldingen.

De indicatie om over te gaan tot osteotomie:
• Artrose in 1 deel van de knie, b.v. de binnenzijde of de buitenkant.
• Patiënt jonger dan 60 jaar. Deze leeftijd hanteert dokter Rosenberg in zijn praktijk, omdat bij oudere patiënten vaak osteoporose (vermindering dichtheid van het bot) optreed.
• De standsafwijking moet minimaal 4 graden zijn
• En er mag uiteraard geen sprake zijn van een ontstekingsziekte bij de patiënt.

Het grote nadeel is dat de patiënt de knie 6 weken lang niet mag belasten. Daar tegenover staat het grote voordeel dat je de eigen knie kunt behouden.

Dokter Rosenberg is ook voorstander van een halve knieprothese bij patiënten met een artrose aan de binnen- of buitenzijde van de knie. Hij laat een afbeelding zien van zo’n halve knieprothese. Hij vertelt er ook bij dat deze prothese meestal aan de binnenzijde wordt aangebracht, zelden is er sprake van aan de buitenzijde van de knie. Het grote voordeel is ook, dat deze naderhand gemakkelijk kan worden vervangen door een volledige prothese, indien dat nodig zou zijn.
Voordelen van deze ingreep: geen grote insnijding in de knie; strekapparaat blijft intact; snel herstel van de functie en een korte ziekenhuisopname.
De indicatie voor zo’n halve knieprothese is ook weer:
• Artrose in 1 deel van de knie (binnen- of buitenzijde)
• Patiënt jonger dan 70 jaar
• Geen ontstekingsziekte

Het nadeel : de prothese heeft een levensduur van ongeveer 10 jaar. Het voordeel: direct na de operatie is hij belastbaar.

Voordat hij zijn uitleg begint over de totale knieprothese, legt de dokter nog in het kort uit hoe de geschiedenis van de knieprothese is verlopen.
Reeds in 1863 is men daarmee al begonnen. Maar het duurde tot 1971 alvorens men begon aan de huidige ontwikkeling van de TKP (totale knie prothese).
Met foto’s en dia’s laat hij zien hoe het plaatsen van zo’n prothese in zijn werk gaat.
Door het enthousiasme waarmee hij het vertelt is meteen duidelijk dat hij praat met liefde voor zijn vak.
Zo legt hij ook uit dat er voor- en tegenstanders zijn van een vervanging van de knieschijf bij de plaatsing van een TKP.

-3-
Hijzelf is een voorstander en zal daarom ook altijd de knieschijf (patella),  ook vervangen als dat nodig is.
De plaatsing van de knieschijf heeft geen invloed op de stabiliteit en de functie van de TKP.
Bij reuma wordt de knieschijf altijd vervangen.

Complicaties bij een totale knieprothese:
• Wondinfecties. Zelfs een “kleine verdenking op” moet serieus worden genomen.
• Functiebeperking. Het kan zijn dat men niet alles meer kan,  wat men met een eigen knie wel kon.
• Instabiliteit
• Ondanks het feit dat er alles goed uitziet, kan de patiënt nog steeds pijn houden.
Dokter Rosenberg omschrijft dat als volgt: Looks good – feels bad.

Na 16 jaar is nog 94% van de patiënten tevreden over de totale knieprothese.

Ook over de geschiedenis van de totale heupprothese wil hij wat zeggen.
Toen men in 1950 begon met de zgn. fermurkopprothese, liet na 1 jaar 60% al los.
In respectievelijk 1955, 1965 en 1973 heeft men gebruik gemaakt van de verschillende soorten protheses. Vooral de fixatie met cement in 1965 was een doorbraak.
Bij de jongere patiënt gebruikt men geen cement, zodat de heup kan “ingroeien.” Het bot bij deze patiënten is ook steviger. Revisie is eenvoudiger.

Bij de oudere patiënt gebruikt men bij de totale heupprothese (THP) wel altijd cement, omdat hier vaak ook sprake is van osteoporose. De levensverwachting van de THP is ongeveer 20 jaar.

Complicaties bij de THP:
• Luxatie (loslating) van de prothese: vreselijk voor de patiënt, maar ook voor de operateur, aldus dr. Rosenberg.
• Wondinfectie (diepliggend of aan de oppervlakte)
• Instabiliteit
• Zenuwschade.

Tot slot wil de dokter nog wat vertellen over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de knie- en heupprotheses.

In het Franciscusziekenhuis waar hij werkzaam is heeft men al bij zo’n 10 patiënten een zogenaamde signature knieprothese geplaatst.
De naam signature zegt het al een beetje: de prothese is dusdanig nauwkeurig gemaakt naar de eigen knie, dat hij dan ook zonder al teveel moeite zo in de plaats daarvan kan worden aangebracht.
De prothese wordt vervaardigd op basis van een MRI via de computer. Doordat de plaatsing eenvoudiger is duurt de operatie ook een stuk korter.
Allemaal voordelen dus voor de patiënt. Het grote nadeel zijn de kosten. Er moet een MRI worden gemaakt, wat kostbaarder is dan de röntgenfoto’s en de zaagmal die moet worden vervaardigd voor het plaatsen van de knie, kan maar 1x worden gebruikt.
De dokter laat via beelden en foto’s zien hoe relatief eenvoudig deze signature prothese kan worden geplaatst.

-4-
Het ziekenhuis in Roosendaal bekijkt ook de voordelen van  de zogenoemde rapid recovery bij het plaatsen van een TKP/THP:
• 1 uur na de operatie loopt de patiënt al onder begeleiding van de fysiotherapeut
• Dit kan door optimalisering van de anaesthesie
• Operatiegebied is lokaal verdoofd, zodat de patiënt geen pijn voelt
• Informatie naar de patiënt toe verbeteren
• Verwachtingen management
• Betere afstemming zorgverleners

Ter afsluiting laat dr. Rosenberg de nieuwste ontwikkeling zien op het gebied van de totale heupprothese: de metafysaire prothese

                              

Dit is een nieuw product. Kort steeltje, anatomisch, ontwikkelt door dokter Hofman van het ziekenhuis in Roosendaal, studie daarover loopt nog.
Operaties met dit product worden nog niet uitgevoerd.

Dokter Rosenberg beantwoordt daarna nog enkele persoonlijke vragen van de leden, waarna de voorzitter hem bedankt voor de lezing en hem een cadeaubon overhandigd.

 

Artikel van Thomas Hoogeboom

Mensen met heup- of knieartrose hebben vaak ook klachten van andere gewrichten.

  • Wanneer men denkt aan artrose, dan denkt men al snel aan artrose van één gewricht, bijvoorbeeld van de knie of heup. Mensen met heup- of knieartrose hebben echter vaak ook klachten van andere gewrichten. In dit onderzoek keken wij in hoeverre pijn in meerdere gewrichten bij heup- en knieartrose invloed heeft op de lichamelijke en psychische gezondheid. Vierhonderd mensen met knie- of heupartrose vulden eenmalig een vragenlijst in.
    Ruim de helft van de deelnemers (58%) gaven aan klachten te ervaren in meer dan één gewricht. Mensen met pijnklachten in andere gewrichten dan de knie of heup waren vaak lager opgeleide vrouwen die behalve artrose te maken hadden met nog een andere chronische aandoening bijvoorbeeld van de longen of hart. Bovendien hadden deelnemers met pijn in andere gewrichten meer pijn, vermoeidheidsklachten, stress en problemen in het dagelijks leven en een lagere kwaliteit van leven, in vergelijking met mensen die aan één gewricht klachten hadden. Ook het gebruik van zwaardere medicatie lag hoger in de groep mensen met gewrichtsklachten elders. Gezien de grote impact van extra gewrichtsklachten bij artrose van de knie of heup, adviseren de onderzoekers behandelaars in de toekomst rekening te houden met de aanwezigheid van andere gewrichtsklachten bij heup- en knieartrose.

Thomas Hoogeboom

  • is fysiotherapeut aan de Sint Maartenskliniek op de afdeling reumatologie
  • is promovendus  aan de  Universiteit Maastricht | Afdeling Epidemiologie

 

 

Voeding, allergie en milieuhygiene

De voeding en milieuhygiene

TWEE FACTOREN WAARMEE REKENING MOET WORDEN GEHOUDEN BIJ DE BEHANDELING VAN
REUMATOïDE ARTRITIS, EEN VAN DE CHRONISCHE ZIEKTEBEELDEN.
J.R. TISSCHER    meer informatie op de website van dr. Tisscher

  • INLEIDINGEr heersen nogal wat controversies over de invloed van een dieet op de rheumatoïde artritis (1).
    Laten we wandelend door de medische literatuur nagaan wat de reden hiervan is. Verschillende vormen van gewrichtsontstekingen,
    gewrichtspijnen, spierpijnen en pijnen in het algemeen zijn in het verleden toegeschreven aan een voedingsallergie.
    Solis Cohen (2) maakt in 1914 melding van 27 gevallen van een zogeheten angioneurale arthrosis. Hierbij krijgen de
    personen aanvallen van gewrichtsontstekingen die afgewisseld worden door klachtenvrije perioden. Middels een
    voedingsanalyse blijkt het op een voedingsallergie te berusten. Het zou normaliter verkeerd gediagnosti-ceerd zijn als
    jicht of reuma.
    Kahlmeter (3) beschrijft in een serie van 5000 patiënten met reumatische aandoeningen, 54 gevallen (1%) die hetzelfde
    beeld vertonen en noemt het ‘allergic rheumatism’.
    Hench en Rosenberg (4) geven het een nieuwe naam: ‘palindromic rheumatism’ in hun beschrijving van 34 gevallen van
    acute aanvallen van gewrichtszwellingen en ontstekingen. Het gaat niet gepaard met koorts. Het is meestal aan één gewricht,
    soms aan meerdere gewrichten. Soms is alleen het bindweefsel rond de gewrichten gezwollen en pijnlijk. Het
    blijkt eveneens op een voedingsallergie te berusten.
    Epstein (5) constateert bij hemzelf, dat het palindroom reumabeeld veroorzaakt wordt door een overgevoeligheid ten
    opzichte van natriumnitraat. Vijf mg natriumnitraat veroorzaakt bij hem na 20 uren gewrichtsontstekingen. Met deze
    voorbeelden uit de medische literatuur wordt uit de vergaarbak van de reumatische polyartritisbeelden het palindroom
    reumatoïde artritisbeeld uitgevist als zijnde veroorzaakt door een voedings- of mineralenallergie of overgevoeligheid.
  • KLACHTEN EN VOEDINGSALLERGIEVaughan (6) vermeldt in 1943 dat 206 (20%) van 1000 allergische patiënten, reumatische klachten hebben, doch dat
    alleen 27 (2,7%) een gewrichtsontsteking hadden, die toegeschreven kon worden aan een voedingsallergie.
    Rowe (7) vermeldt in 1944 een voedingsallergie als een factor in het ontstaan van reumatoïde artritis en Turnbun (8, 9)
    vermeldt een remissie van de reumatoïde artritis bij het mijden van voedingsmiddelen.
    Zeper (10), in 1949, wijst op de analogie tussen het klinische beloop van de reumatoïde artritis (R.A.) en de meest klassieke
    manifestatie van allergische problemen dan een vergelijkbare controlegroep. Zowel R.A. als A.B. zijn chronische
    ziekten, onderhevig aan opflikkeringen en een rustige periode. Zij kunnen spontaan verdwijnen gedurende meerdere
    jaren om plotseling weer de kop op te steken of er treedt een snelle verslechtering op.
    De blijvende beschadigde weefsels veroorzaken invaliditeit. Beide ziektebeelden blijven vaak stabiel of herstellen langzaam
    tot een kompleet herstel. Geelzucht en zwangerschap verlichten vele R.A. en A.B. klachten. Deze invloed heeft
    geleid tot het ontdekken van de corticosteroïden. Sommige R.A.patiënten blijken slechts te reageren op een eliminatiedieet.
    Bij andere R.A.patiënten blijkt het houden van het eliminatiedieet ook de invloed van de weersomstandigheden
    weg te werken. De volgende klachten wijzen op een voedingsallergie:
    1. een anamnese/ziektegeschiedenis van een voeding die allergische klachten van uiteenlopende aard teweeg
    brengt bij de betreffende persoon.
    2. de aanwezigheid van andere allergieën in de patiënt.
    3. de aanwezigheid van andere allergieën in de familie.
    4. de langdurige/chronische duur van de gewrichtsklachten met tussenpozen van hernieuwde activiteit en rustige
    perioden.
    5. het verdwijnen van de klachten bij een afdoende eliminatie/mijden van voedingsmiddelen.
    6. het onstaan van gewrichtsontsteking, pijn of stijfheid bij het eten van de gewraakte voedingsmiddelen, bij
    herhaling vastgesteld.
    7. de wetenschap dat voeding andere allergieën teweeg kan brengen, zoals maag-darmklachten, neus- en
    luchtwegproblemen zoals astma en chronische neusverkoudheid.
  •  KRUIS-IMMUNITEIT/ KRUISGEVOELIGHEID?Zussman (11) vermeldt in 1959 nog een huisstofinhalatie en pollenallergie als verantwoordelijk voor het ontstaan van
    het R.A.beeld. Het is afdoende om een eliminatiedieet 2 à 3 weken aan te houden, daarna kan met de provocaties gestart
    worden. Het klachtenpatroon van de gewrichtspijn en de gewrichtszwelling ontstaat meestal binnen 4 uren en gaat
    eventueel gepaard met andere klachten. Het kan in ernstige gevallen enkele dagen aanhouden. Van de vijf personen die